| Modus operandi
Vul een proefbuis voor de helft met fijn verpulverde zwavel. Warm eerst zachtjes op om de zwavel te laten smelten tot er zich een lichtgele vloeistof vormt.
Warm deze vloeistof dan geleidelijk op: de kleur wordt bruin en de viscositeit stijgt tot men de proefbuis kan omkeren zonder dat de vloeistof er uitloopt.
Laat het verder opwarmen tot u een roodbruine vloeistof bekomt.
Giet de roodbruine vloeistof snel, in een fijn straaltje, in een beker die voor ¾ gevuld is met koud water (deze handeling noemt men het harden).
Haal met een metalen tang de zwavelmassa uit het water en rek ze zachtjes uit.
Druk een klein stukje kunststofzwavel samen tussen duim en wijsvinger.
Vergelijk de bekomen kunststofzwavel met de verpulverde zwavel. Na de proef hoeft u de proefbuis niet te reinigen, gooi ze weg.
|